Voor u uitgeklaard: Feiten en cijfers over Project ONE

https://project-one.ineos.com/wp-content/uploads/2020/12/feiten_cijfers.jpg

Als belangrijkste investering in de Europese chemie van de voorbije 25 jaar, krijgt Project ONE veel aandacht van belanghebbenden. Een debat dat INEOS graag aangaat, op basis van feiten en cijfers.

Gaat de output van Project ONE hoofdzakelijk naar wegwerpproducten?

Project ONE produceert ethyleen en propyleen, gasvormige stoffen die de bouwstenen zijn van de chemie. Op basis van deze stoffen zullen, verderop in de productieketen, producten gemaakt worden die onlosmakelijk verbonden zijn met ons hedendaagse leven. Denk maar aan:

  • Producten voor persoonlijke verzorging zoals cosmetica, tandenborstels, contactlenzen en brillen.
  • Elektronica zoals koffiemachines, computers en koptelefoons.
  • Essentiële nutsvoorzieningen en toepassingen voor onze woningen zoals buizen voor het transport van drinkwater en gas, en PVC ramen en deuren.
  • Toepassingen in de gezondheidszorg, zoals mondmaskers, gelaatsschermen, spuiten, medicijnen en baxters.
  • Zaken die we gebruiken om ons te ontspannen zoals sporttoestellen- en kledij, buitenmeubilair en een tv.
  • Producten die bijdragen tot een duurzame samenleving zoals isolatiemateriaal, zonnepanelen, smeermiddelen en wieken van windmolens, en lichtgewicht onderdelen voor auto’s.

Het grootste deel van de productie van de INEOS-groep betreft dergelijke toepassingen in de bouw, automobielsector, huishoudelijke apparaten en dergelijke. Slechts een deel van de eindproducten van de INEOS-groep, namelijk 26 procent, betreft verpakkingen voor de voedingsindustrie. Verpakkingen worden soms verguisd, maar ze zijn belangrijk om de veiligheid en houdbaarheid van producten te verbeteren.

Zo verbetert de verpakking van een komkommer de bewaartijd ervan met 11 dagen. Doordat hij zo minder wordt weggegooid, bespaart de verpakking 5 keer zoveel CO2 als nodig was om de verpakking te produceren. Alternatieven voor verpakkingen uit kunststof, zoals papier, glas en aluminium, vergen andere kunststoffen en energie, met hogere CO2-uitstoot tot gevolg (zie TED-talk van UGent-professor Kim Ragaert).

Moeten we niet meer inzetten op recyclage in plaats van de productie van nieuwe kunststoffen?

INEOS zet zich sterk in om het zwerfvuil en de verbranding van kunststoffen terug te dringen. Niet de kunststoffen op zich zijn het probleem, wel dat ze nog te veel worden weggegooid of verbrand. Volgens de visie van INEOS moeten we zorgvuldig omspringen met kunststoffen, precies omdat het zo’n waardevolle materialen zijn. Daarom investeert INEOS sterk in de recyclage van kunststoffen. Zo kunnen alle door ons geproduceerde polymeren (zoals polyethyleen en polypropyleen die op basis van Project ONE-output gemaakt worden) volledig gerecycleerd worden.

INEOS investeert in de verschillende vormen van recyclage. We ontwikkelen producten die zich lenen voor mechanische recyclage zodat gerecycleerd materiaal ook voor hoogwaardige toepassingen kan worden ingezet. En we investeren in de ontwikkeling van onze processen om biogebaseerde grondstoffen of afvalplastic te gebruiken als grondstof voor nieuw plastic. Geavanceerde recyclage (ook wel chemische recycling genoemd) is een prille technologie die we op de markt brengen. Naarmate we deze technologie commercialiseren, zullen we meer plastic kunnen produceren uit gerecycleerde producten, waardoor er een markt voor afvalplastic ontstaat.

Dit alles past in ons engagement van de INEOS Pledge om kunststoffen om te vormen tot een waardevol materiaal. Daarbij willen we 325.000 ton van gerecycleerde producten terug in productieprocessen integreren tegen 2024, 100 procent van onze kunststoffen recycleerbaar maken en dat we kunststoffen mix kunnen aanbieden met tot de helft recyclaat. Dit in samenwerking met de merken die deze kunststoffen op de markt brengen.

Hier zijn enkele concrete voorbeelden:

  • Opwaarderen kunststoffen voor geslaagde combinatie met gerecycleerd materiaal Telkens een polymeer (zoals polyethyleen en polypropyleen) mechanisch gerecycleerd wordt, vermindert de kwaliteit van het materiaal. Daarom worden met deze recyclaten meestal minder hoogwaardige en eerder goedkope eindtoepassingen geproduceerd zoals bloempotten en vuilniszakken. Het doel van INEOS is om deze waarde van gerecycleerde polymeren op te schroeven zodat deze gelijkwaardig zijn aan ‘verse’ kunststoffen. In ons onderzoekscentrum in Neder-Over-Heembeek zijn we er in geslaagd om producten te maken (de Recycl-IN compounds) met dezelfde eigenschappen door het mengen van de helft gerecycleerd materiaal met de helft nieuw materiaal.
  • Geavanceerde (chemische) recyclage van polyethyleen en polypropyleen. In plaats van kunststoffen te maken op basis van nafta (ruwe olie), heeft INEOS een samenwerking opgestart met het recyclagebedrijf Plastic Energy om gebruikte polyethyleen en polypropyleen opnieuw af te breken tot hun basismoleculen en te hergebruiken. Na eerste succesvolle testen in 2020, zullen INEOS en Plastic Energy nu een nieuwe installatie bouwen die dit proces op grote schaal kan uitvoeren.

Is er wel vraag naar de producten van Project ONE?

De markt voorspelt een gemiddelde groei in de vraag naar ethyleen op jaarbasis van 4% voor de volgende vijf jaar. Volgens de prognoses van  IHS Market zal er de volgende 5 jaar ethyleen geïmporteerd worden in Europa.

Zelfs in het duurzame scenario1 van het Internationaal Energieagentschap (IEA) stijgt de vraag naar basischemicaliën zoals ethyleen en propyleen met ongeveer 40 procent tussen 2017 en 20502. Dit onder invloed van een stijgende wereldbevolking, de stijgende welvaart en maatschappelijke evoluties (o.a. minder vraag naar wegwerp kunststoffen zoals plastic zakjes, meer vraag ernaar voor componenten van elektrische wagens).

Dit duurzame scenario, dat minder uitstoot en meer recyclage vooropstelt, vermindert de vraag naar nieuwe basischemicaliën met 7 procent tegenover het basisscenario. Aanzienlijke inspanningen in recyclage zijn dus nuttig, maar niet voldoende om aan de marktvraag te voldoen. De productie van nieuw ethyleen en propyleen, zoals Project ONE zal doen, biedt een antwoord op de maatschappelijke behoefte aan deze basisbouwstenen.

  1. Het Clean Tech Scenario (CTS) tegen 2050 bevat o.a. een reductie van directe CO2-emissies van de chemie met 45% ondanks een stijging van de vraag van basischemicaliën met 40%. Ook een (bijna) verdrievoudiging van de wereldwijde gemiddelde ophaalratio van kunststofafval behoort hiertoe.
  2. The Future of Petrochemicals, IEA

Zijn er geen alternatieve grondstoffen voor het schaliegas uit de Verenigde Staten dat Project ONE zal gebruiken?

Het ethaan dat Project ONE zal omzetten in ethyleen, is geen schaliegas maar een bijproduct van schaliegasontwinning in de Verenigde Staten. Het ethaan wordt onttrokken aan het natuurlijk gas dat in de Verenigde Staten onder andere wordt gebruikt voor verwarming, en anders zou worden verbrand.

Dankzij dit ethaan, en de state of the art productietechnieken, zullen de CO2-emissies van Project ONE minder dan de helft bedragen dan deze van vergelijkbare installaties (deze draaien voornamelijk op aardolie (nafta) of kolen). Zo kunnen we tegemoetkomen aan de wereldwijd groeiende vraag naar ethyleen en propyleen, aan veel lagere emissies dan als we zouden afhangen van olie.

In die context wordt er ook soms verwezen naar de uitstoot van methaan bij de ontginning van schaliegas. Maar ook op dat vlak scoort schaliegas beter dan olie. Nieuw onderzoek wijst uit dat er bij de ontginning van gas en olie in de Noordzee 0,27 procent methaanverlies is, terwijl dit bij Amerikaanse producenten van schaliegas, zoals EQT, Antero en Range Resources, tussen de 0,06 procent en de 0,04 procent ligt.

De voorraad ethaan uit de conventionele aardgasontginning in de Noordzee raakt bovendien uitgeput. Ethaan als bijproduct van schaliegasontginning is wel voorradig en kan door de chemische industrie worden gevaloriseerd als grondstof voor de ethyleenproductie. Voorheen werd het vaak afgefakkeld (verbrand aan de bron) omdat het geen commercieel nut had en vanwege haar hoogcalorische eigenschappen, moest worden geïsoleerd van het methaangas dat in de V.S. massaal voor verwarming wordt ingezet. Nafta (ruwe aardolie) is een alternatief voor ethaan. Een vergelijking van ethyleenproductie ‘from well to fence’ op basis van nafta versus ethaan toont aan dat dit laatste een voetafdruk heeft die substantieel lager ligt dan deze van nafta.

Vandaag bestaat er nog geen volwaardig biologisch alternatief voor ethaan. Om anderhalf miljoen ton ethyleen te produceren is minstens 2,5 miljoen ton ethanol nodig.  Ter vergelijking: suikerbieten produceren 5000 liter ethanol per hectare of 3,95 metrieke ton ethanol/hectare. Er is m.a.w. 633 000 ha suikerbieten nodig om een ethaankraker te voeden voor de productie van anderhalf miljoen ethyleen. Ter vergelijking: volgens de gegevens van Statbel beschikte het Vlaamse Gewest over 622 000 ha landbouwgrond in 2019. Deze integrale oppervlakte zou dus op zich al niet toereikend zijn en zou betekenen dat deze grond niet kan worden benut voor voedselproductie.

Moet INEOS niet meer inzetten op bio-gebaseerde kunststoffen?

De introductie van bio-gebaseerde grondstoffen voor de productie van kunststoffen is een erg veelbelovende evolutie. Ondanks dat het nog niet mogelijk is om alle kunststoffen te maken op basis van bio-gebaseerde grondstoffen, zetten we hier wel volop op in, zeker ook in België:

  • Biovyn, productie van PVC op basis van biomassa: op onze site van INOVYN in Jemeppe hebben we het mogelijk gemaakt om PVC (uit ethyleen) te maken uit biomassa die niet concurreert met de voedselproductie. Op die manier is er een reductie van de CO2-emissies van meer dan 90 procent in vergelijking met een productie uit fossiele grondstoffen. Deze toeleveringsketen werd volledig gecertificeerd door de Roundtable on Sustainable Biomaterials (RSB), een onafhankelijke derde partij.
  • Bio-attributie van hernieuwbare grondstoffen: de ‘bio-attributie’ drukt uit in welke mate fossiele grondstoffen zijn vervangen door hernieuwbare of bio-gebaseerde grondstoffen. Ineos O&P North Lillo biedt een gamma van Bio-Attributed Olefins en Polyolefins aan, gebaseerd op hernieuwbare bio-gebaseerde grondstoffen die niet concurreren met de voedselproductie. De toeleveringsketen hiervan wordt volledig gecertificeerd door de Roundtable on Sustainable Biomaterials (RSB), een onafhankelijke derde partij.

Zal Project ONE overheidssteun ontvangen?

We moeten hierbij een onderscheid maken tussen subsidies en waarborgen.

  • Er zijn tot op heden geen subsidies voor Project ONE uitgekeerd vanuit de overheid. Er zijn wel een aantal steunmogelijkheden vanuit de Vlaamse overheid voor specifieke inspanningen. INEOS moet hiervoor voldoen aan de voorwaarden zoals elke andere onderneming, inclusief de Europese en Vlaamse regelgeving.
    • Als er in de toekomst subsidies komen, dan zal dit zijn voor opleiding en vorming van medewerkers of de beperking van de milieu-impact, en dit volgens de overheidsreglementering die voor alle bedrijven hetzelfde is. Op die manier zou INEOS aanspraak kunnen maken op eenmalige steun van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (Vlaio) voor Project ONE van in totaal maximaal 8 miljoen euro.
    • Daarnaast kan INEOS voor haar inspanningen in onderzoek en ontwikkeling op al haar sites (dus niet alleen Project ONE), maximaal 8 miljoen euro jaarlijks ontvangen.
  • Dit is een systeem waarbij de Vlaamse overheid (via PMV) bepaalde financiële risico’s van bedrijven mee ondersteunt. Ook dit zijn transparante en uniforme procedures voor alle bedrijven die er beroep op willen doen. Het zijn marktconforme financiële instrumenten die de overheid inzet om cruciale investeringen in het economische weefsel van Vlaanderen te doen slagen. Ook hier zijn voorwaarden aan verbonden voor de onderneming, bijvoorbeeld op vlak van tewerkstelling in Vlaanderen. Dergelijke waarborgen zijn ook internationaal gebruikelijke financiële instrumenten voor projecten van deze aard.

Wordt er met de komst van Project ONE geen nieuwe capaciteit aan verse plastic toegevoegd? Zet dit geen rem op de groei van de recyclagemarkt?

De installaties van Project ONE zullen de basisbouwstenen van de chemie, ethyleen en propyleen produceren, geen plastic pellets. Er wordt daardoor geen extra capaciteit aan nieuwe kunststoffen in de markt gezet. Door zelf te produceren, vervangt INEOS de olefinen die het anders moet aankopen uit andere regio’s door ethyleen en propyleen met een lagere ecologische voetafdruk.

Belangrijk om weten is dat virgin (nieuwe) kunststoffen in het recyclageproces een ‘enabler’ kunnen zijn: ze maken de toevoeging van gerecycleerd materiaal mogelijk.

Polyolefinen bijvoorbeeld behoren tot de gemakkelijkst te recycleren kunststoffen. Weliswaar presteren 100% gerecycleerde polyolefinen niet goed zonder toevoeging van ‘virgin’ (nieuwe) kunststoffen. Telkens een polymeer gerecycleerd wordt, treedt er immers een verlies op van de intrinsieke eigenschappen (mechanische eigenschappen zoals slagvastheid, treksterkte, …). Als gevolg daarvan wordt het meestal ingezet voor de productie van minder hoogwaardige en eerder goedkope eindtoepassingen zoals bloempotten, vuilniszakken, eenvoudige irrigatiepijpen (downcycling). Het is dus niet zo dat gerecycleerd materiaal puur op kostenbasis moet concurreren met nieuw materiaal. Ook de performantie en mogelijke inzetbaarheid voor hogere en veeleisender toepassingen met behoud van eigenschappen van het nieuwe polymeer, spelen een rol.

Het streefdoel van INEOS is om meer en betere waarde te vinden voor gerecycleerd materiaal.

Hoe doen we dit? We hebben in ons R&D Centrum in Neder-Over-Heembeek een booster polymeer ontwikkeld dat het verlies aan eigenschappen door toevoeging van gerecycleerd materiaal volledig compenseert. Daardoor kunnen we mengsels op de markt brengen die uit 50% gerecycleerd polymeer bestaan én die de kwaliteit evenaren van een 100% nieuw product.

Het andere probleem met gerecycleerde polymeren is dat ze mogelijk gecontamineerd zijn en daardoor niet geschikt voor medische, voedsel- en drankverpakkingen. Hierdoor is nog steeds nieuw polymeer nodig om medische producten, voedsel en drank veilig verpakt te houden. Maar zelfs voor deze zeer veeleisende toepassingen wordt gewerkt aan een oplossing met geavanceerde recyclage waarbij plastic afval terug wordt omgezet tot de grondstof (monomeren)… Door plastic afval op hoge temperatuur te verhitten (pyrolyseren)  kan de grondstof voor polyolefins terug vrijgemaakt worden. Dit is evenwel een grote technische uitdaging en nog volop in ontwikkeling.

LEUK VERHAAL? Delen maar!